|
Hieronder een lijst van enkele organische uitgangsmaterialen met hun C/N-gehalte*.
|
Stro, dorre bladeren
|
|
200 / 1
|
|
Verse paardenmest
|
|
25 / 1
|
|
Paardenmest + strooisel
|
|
30-60 / 1
|
|
Vers gras, groenafval, bermmaaisel
|
|
12 / 1
|
|
Verse kippenmest
|
|
10 / 1
|
|
Koemest zonder stro
|
|
18 / 1
|
|
Koemest met stro
|
|
30 / 1
|
|
Onkruiden
|
|
19 / 1
|
|
Houtsnippers, snoeihout
|
|
100 – 200 / 1
|
|
Schors
|
|
100 – 150 / 1
|
|
Zagemeel
|
|
500 / 1
|
Een juiste verhouding (C/N van 30/1)* is van belang bij op het opmaken van de composthoop.
- 50 % bruine materialen (= goede C-bron met C/N groter dan
30/1) bvb. stro,
houtsnippers
- 40 % groene materialen (= goede N-bron met C/N kleiner dan
30/1) bvb. groenafval
- 10 % klei of leem (klei-humuscomplex)
- compoststarter
Hoe groter de diversiteit aan uitgangsmaterialen,
des te beter de compostkwaliteit.
Ook klei of leem dient toegevoegd te worden aan de hoop voor de vorming van een klei-humuscomplex.
De composthoop wordt afgedekt met een compostdoek. Compost gemaakt van overwegend houtige materialen is doorgaans schimmel-dominant en dient voor houtige gewassen zoals bomen,
struiken, houtig fruit, rozen en aardbeien.
*C = koolstof N =
stikstof
|